Top 3
  1. Marshall (ICC) / Roloff & Weiser (EKK) / Oberlinner (Herder)
  2. Johnson (AB) / Towner (NICNT)
  3. Wall & Steele (THNTC)
Toelichting

Op Engels taalgebied zijn een aantal enigszins vergelijkbare werken geschreven. In 1992 verscheen Knight (NIGTC). Een redelijke exegeet met een redelijk commentaar. Enigszins droog en soms eerder een opsomming van grammaticale kwesties / woordbetekenis, dan dat het tot een geheel komt met theologische en pastorale lijnen. Wat het theologische aspect betreft kan men beter naar de katholieke exegeet L.T. Johnson (AB, 2001) grijpen (behandelt alleen 1 & 2 Timotheüs). Een knap, zelfstandig werk dat consequent vergelijkingen maakt met andere briefliteratuur uit die tijd (en van daaruit de consensus van pseudo-epigrafie bestrijdt), goede theologische lijnen trekt en de lezer van vandaag op het oog heeft bij voor onze tijd ‘lastige’ teksten. Ook Mounce (WBC, 2000) heeft een goed commentaar geschreven: eveneens goede vergelijkingen met Umwelt-literatuur, soms echter langdradig. Dit geldt ook van Quinn & Wacker (ECC, 2001). De exegese is langdradig en niet echt to the point, waardoor je het geheel uit het oog verliest (hoewel Titus beter blijkt te zijn: door Quinn geschreven [in AB]; 1 & 2 Timotheüs is door Wacker afgemaakt na Quinn’s plotselinge overlijden).

Uit dezelfde tijd is het werk van Marshall (ICC, 1999). Met 869 compact geschreven pagina’s een zeer grondig werk  op de Griekse tekst (zie bijv. de excursen) van een respectabele evangelical exegeet. Rond auteurschap neemt hij een soort middenpositie in: Timotheüs is de eindverantwoordelijke, vlak na het overlijden van Paulus. Dit werk is het grondigste werk dat je op de Pastorale Brieven kunt krijgen. Recent verscheen in de serie NICNT het deel van Towner (2006). Een dikke pil vol waardevol materiaal en nog redelijk goed leesbaar. Voor wie Marshall te weinig toegankelijk vindt, verdient dit commentaar de aanbeveling boven Knight, Mounce, Quinn & Wacker (maar niet boven Johnson).

Na de bespreking van deze ‘grote’ Engelse commentaren kan de vraag rijzen of het ook niet wat eenvoudiger kan. Fee (NIBC, 1984), Collins (NTL, 2002) Dunn (NIB, 2000) en Wall & Steele (THNTC, 2012) zijn dan een verademing. Fee is een goede exegeet (evangelical schnit), met een toegankelijk, pastoraal commentaartje (wat immers de format is van de NIBC-serie) – al is het wel erg kort, waardoor Fee’s kwaliteiten niet echt uit de verf komen. Iets steviger en toch toegankelijk is het goede werk van Collins. Hij schrijft, anders dan Fee, de Pastorale Brieven niet aan Paulus toe maar leest de brieven primair tegen de achtergrond van de Hellenistische en Joods-rabbijnse Umwelt van eind eerste eeuw. Theologisch echter minder sterk. Dunn heeft in deel 11 van NIB een bijdrage van ong. 100 pagina’s geschreven. Zoals gewoonlijk: een aantrekkelijke, frisse schrijfstijl, en: onder het kopje ‘reflections’ lijnen naar vandaag. Wall & Steele is uitstekend. Naar opzet van de serie zeer goed werk met o.a. actuele systematisch-theologische doorvertaling vanuit de detail-exegese. Smith (RNBC) heeft op 2 Timotheüs een zelfstandig, toegankelijk (geen voetnoten of discussie met vakgenoten; wel uitgebreide lijst gebruikte literatuur) werk geschreven. Hij gaat uit van Paulus als auteur (in lijn met Johnson). Recent verschenen uit conservatief-evangelicale hoek: Köstenberger (BTCP, 2017).

Op Duits taalgebied is in de serie EKK zeer goed werk verschenen: Roloff (1988) op 1 Timotheüs, Weiser (2003) op 2 Timotheüs. Beide auteurs gaan uit van pseudepigrafie. De beide werken zijn grondig, genuanceerd en theologisch zeer goed. Weiser o.a. in de excursen en het verwerken van de patristische literatuur. Roloff schrijft helder en to the point en is daardoor toegankelijker dan het soortgelijke werk van Marshall. Ze overtreffen zo net het eveneens uitstekende, gelijksoortige werk van Oberlinner (Herder, 1994/95/96). Deze monumentale werken in Herder en EKK lijken qua opzet op Marshall, zijn echter toegankelijker (minder opsomming van technische details; beter lopende lijn van argumentatie). Door hun keuze voor pseudepigrafie en daarmee gepaard gaande latere datering komt de exegese op menig punt tot andere conclusies dan bijv. Johnson of Marshall. Jeremias heeft een korte exegese geboden in NTD, 1954.

Op Nederlands taalgebied is het klassieke werk van Ridderbos (CNT2, 1967) nog steeds uitstekend te gebruiken! Vooral theologisch erg sterk.