Top 3
  1. Allison (ICC)
  2. Hartin (SP) anders Johnson (AB)
  3. McKnight (NICNT)
Toelichting

In 1982 schreef Davids (NIGTC) een goed commentaar. Grondige en toch goed leesbare inleiding; goede en prettig leesbare exegese waarin hij goed in gesprek is met andere auteurs en terzake joodse, hellenistische en klassieke parallellen aandraagt; ook theologisch goed. Martin (WBC, 1988) is eveneens prima werk. Goede exegese, goed theologisch. Goede schrijfstijl. Maar misschien nog wel het beste wetenschappelijk werk van de Engelse markt is dat van Hartin (SP, 2003). Hij weet Jacobus goed in eigen context te lezen (niet ‘slechts’ als reactie op Paulus), ook sociologisch en retorisch. Schrijft ook met oog op de context van de 21e eeuw.

Recent is een nog grondiger en uitgebreider werk verschenen: Allison (ICC, 2013). Dit werk is werkelijk een onuitputtelijke bron (790 pagina’s), mede door de up-to-date literatuur, en het per perikoop geven van een overzicht van de geschiedenis van de exegese en van de receptiegeschiedenis. Door deze brief als pseudepigrafie te lezen, laat geschreven (ergens tussen 100 – 120 n.Chr), komt hij op menig punt tot andere conclusies in de detail-exegese dan de klassieke standpunten vanuit een Jacobus-auteurschap. Verder op Engels taalgebied zeker het noemen waard: de Katholieke exegeet Johnson (AB, 1995). Hij schrijft zelfstandig, creatief en overtuigend, vooral theologisch goed (onder de kopjes ‘Comment’). Nadeel is wel dat de inleiding wat droog en zeer uitgebreid is, bijna de helft van het commentaar beslaand.

Op evangelicaal gebied moet als eerste McNight genoemd worden (NICNT, 2011), die met maar liefst 527 pagina’s een grondig werk levert. Het is een goed, overtuigend commentaar, dat Jacobus goed in zijn context leest en ook oog heeft voor vandaag. Ondanks de vele bladzijdes leest het toch prettig. Een kleiner en dus toegankelijker werk vanuit evangelicale hoek is het werk van Moo (Pillar, 2000); mooi werk voor de preekvoorbereiding, aangezien hij goed theologische en pastorale lijnen trekt. Recent is een nieuwe serie op de markt gebracht: ZECNT, ‘designed for the pastor and Bible teacher’. Blomberg & Kamell hebben hierin een goed deel geschreven, toegankelijk en gericht op de preekvoorbereiding (wil wetenschappelijke / technische discussies vermijden). Nadruk op theologische lijnen. Valt dus in dezelfde categorie als Moo (misschien dat Moo de net iets betere exegeet is). In deze categorie valt ook het recente werk van McCartney (BECNT, 2009). McCartney is goed in gesprek met eerdere auteurs, en schrijft toegankelijk. Het soortgelijke werk van Adamason (NICNT, 1976) is mager; van duidelijk mindere kwaliteit dan dat van Moo, Blomberg & Kamell of McCartney. Het werk van Laws (BNTC, 1980) is in het geheel niet onaardig. Een klein, eenvoudig, toegankelijk werk is Painter (PCNT, 2012); het is exegetisch en theologisch van goede kwaliteit.

Op Duits taalgebied is als eerste te wijzen op het zeer uitvoerige werk van Frankemölle (ÖTK, 2 delen, 1994). Frankemölle heeft een zelfstandig werk geleverd, het resultaat van vele jaren werk. Alleen al de excursen zijn zeer de moeite waard; bijvoorbeeld het slotexcurs ‘Die theologische Leistung des Jakobus’. Literaire compositie, Gattung, semantiek en theologische lijnen komen goed aan bod. Dit commentaar wint het daarom net van het wat oudere werk van Mußner (Herder, 1963). Mußner is een exegeet / theoloog van hoog niveau. In het bijzonder het theologische gehalte (bijvoorbeeld in de waardevolle excursen) is indrukwekkend. Dit werk vraagt, met zijn compacte schrijven en hoog niveau, best wat denkkracht van de lezer, het is echter de moeite waard. In 2001 kwam het uitgebreide werk van Popkes (ThHNT) uit. Op sommige punten wat speculatief, maar een goede gesprekspartner. De opzet van het commentaar is niet erg overzichtelijk. Wederom in serie ThHNT, 2017: Metzner.