Top 3
  1. Grässer (EKK) / Attridge (Herm.)
  2. O’Brien (Pillar) / Ellingworth (NIGTC) / Cockerill (NICNT) / Koester (AB)
  3. Johnson (NTL) of Weiß (KEK)
Toelichting

Op dit Bijbelboek verdrink je werkelijk in het aanbod van goede commentaren, in het bijzonder op Engels taalgebied. In 1989 zette Attridge (Herm.) de toon wat betreft het onderzoek naar Hebreeën. Een zelfstandig werk, grondig vanuit de historisch-literaire context, en goed theologisch. En dit alles toch prettig leesbaar in niet te veel pagina’s.

Vervolgens zijn in de bekende Engelstalige series stuk voor stuk goede delen uitgekomen, die qua kwaliteit niet ver van elkaar liggen. Ellingworth (NIGTC, 1993) is, in lijn met de serie, uitstekend op de Griekse tekst. Prettig leesbare inleiding. Zijn standpunt van dispensationalisme komt op sommige plaatsen in zijn werk duidelijk uit. In 2001 heeft de Lutheraan Koester (AB) een goed en zelfstandig werk geschreven. In de inleiding nadruk op de uitleggeschiedenis van Hebreeën. In 2010 is in de Pillar-serie een deel door O’Brien uitgekomen. De meest recente inzichten heeft hij in een goed leesbaar commentaar verwerkt. Een goed exegeet, die ook nu weer goed schrijft, al is hij rond de theologie van Hebreeën wat beknopt, en verwijst dan naar een nog uit te komen afzonderlijk deel hierover. Recent (zomer 2016) is dit werk in opspraak gekomen omdat, volgens een verklaring van de uitgever (Eerdmans), O’Brien’s werkwijze zich schuldig maakt aan plagiaat. Daarom is dit commentaar teruggetrokken uit de verkoop, evenals zijn commentaren op Efeze en Filippenzen (zelfde uitgever), ook al is de beschuldiging van plagiaat daar minder zwaar. Een persoonlijk drama voor O’Brien, die verklaard heeft dat hij nu inderdaad inziet dat zijn werkwijze niet verantwoord was. Het lijkt me dat zo de wetenschappelijke waarde van deze drie commentaren fors gedaald is, terwijl het nut van deze werken voor bijvoorbeeld de preekvoorbereiding weinig is aangetast. Meest recent: Cockerill (NICNT, 2012). Ook dit werk is van uitstekende kwaliteit. Het volgt het korte deel van Bruce uit deze serie op (1963, met een kleine update in 1990). Qua inleidingsvragen gedateerd, maar zijn exegese leest prettig en is pastoraal, zoals je van Bruce kunt verwachten. Lane (WBC, 1991) is eveneens een goed commentaar: grondig en theologisch. In 2015 is er in de nieuwe serie BTCP een deel door de bekende Evangelical Schreiner geschreven. Van deze gelijksoortige commentaren zijn Ellingworth, Koester, O’Brien en Cockerill de vier beste.

Het werk van de homileet Long (Int., 1997) is sterk gericht op de prediking. Hughes (1977, mono), heeft in zijn commentaar o.a. oog voor de uitleggeschiedenis (Reformatie, etc.).

Op Duits taalgebied moeten Gräßer (EKK, 1990/93/97), Karrer (ÖTK, 2002/08) en Weiss (KEK, 1991) genoemd worden. Het werk van Gräßer (een auteur die zich al een kleine 30 jaar uitsluitend met Hebreeën bezighoudt) is zeer grondig (al is de inleiding maar kort) en stoot goed door naar de theologie. Hij schrijft helder en ter zake. Een zeer goed werk. Weiss heeft een grondige inleiding en in de exegese veel aandacht voor de Religionsgeschichte. Dit werk is in de serie in de plaats gekomen van Michel (KEK, 198414); dit werk is echter nog steeds zeker de moeite waard.

Wat beknoptere en daarmee meer toegankelijke commentaren zijn bijvoorbeeld Hegermann (ThHNT, 1988) en Johnson (NTL, 2006). Johnson schrijft creatief, zelfstandig en goed theologisch. Goede inleiding, en goede excursen. Hij heeft steeds goed de moderne lezer voor ogen en slaat steeds een goede brug tussen deze twee werelden.  Het socio-rhetorical commentaar door deSilva (mono, 2000) staat erg goed aangeschreven.