Top 3
  1. O’Brien (Pillar) / Yoder Neufeld (BCBC)
  2. Sellin (KEK) / Lincoln (WBC) / Best (ICC)
  3. Fowl (NTL) / Snodgrass (NIVAC)
Toelichting

Kon deze brief tot het jaar 2000 nog op weinig aandacht rekenen, nu is dat totaal veranderd. De afgelopen jaren overspoelde de markt met nieuwe commentaren. De keuzes die men maakt wat betreft auteurschap van de brief (wel of niet van Paulus), heeft vervolgens invloed tot in de vers-voor-vers exegese. Over het algemeen zien ‘evangelicals’ Paulus als auteur, meer historisch-kritische commentaren niet.

Van de Engelstalige commentaren uit evangelical-hoek is O’Brien (Pillar, 1999) het beste. Een grondige, goed leesbare inleiding (verdediging Paulinisch auteurschap) en vervolgens sterke, overtuigende exegese: zowel theologisch als pastoraal. Echter in 2016 in opspraak gekomen in verband met plagiaat. Thielman (BECNT, 2010) is minder sterk, maar heeft ook een overtuigend werk geschreven. Arnold (ZECNT, 2010) heeft een grondig commentaar geschreven met nauwkeurige exegese. Echter: hij is kritisch op al te kritische historisch-kritische exegese, wat er nu in resulteert dat hij de brief te weinig in zijn historische context leest (iets wat O’Brien beter doet). Ook theologisch niet altijd even sterk. Wel goede lijnen richting preek / praktijk, geheel naar de opzet van de serie. Maar richting de prediking is dan zeker ook het toegankelijke werk van Yoder Neufeld (BCBC, 2002) te noemen: theologisch en pastoraal sterk. Na O’Brien misschien wel het beste uit evangelicale hoek. Ook goed richting de prediking: Snodgrass (NIVAC, 1996). Tot slot: Hoehner (mono, 2002). Dit conservatieve werk is op zich wel goed, maar biedt ondanks de vele honderden pagina’s meer, weinig extra’s t.o.v. O’Brien.

Een goed historisch-kritisch commentaar, zowel exegetisch als theologisch, is dat van Lincoln (WBC, 1990). Hij ziet Efeziërs als deutero-paulinisch. Best (ICC, 1998) is technischer. Het is een erg goed zelfstandig historisch-kritisch commentaar (o.a. m.b.t. inleidingsvragen), al is het theologisch wat minder, en is niet elke exegetische keuze overtuigend. In 2012 is een mooi werk verschenen van Fowl (NTL). Hij heeft steeds goed de lezer van vandaag op het oog met zijn 21e eeuwse leefwereld. Hierdoor, en ook door zijn toegankelijkheid, een aanrader voor de preekvoorbereiding. Goede inleiding, waarin hij een voorzichtig, wijs standpunt formuleert rond keuze van auteurschap en wederzijdse afhankelijkheid Efeziërs-Kolossenzen. Hij is qua gesprekspartners hoofdzakelijk in gesprek met Lincoln, Best en Hoehner, en opvallend: niet met O’Brien en Sellin. Hij noemt hen zelfs niet in de literatuurlijst.

Een wat ouder werk is dat van Barth (AB, 1974/74). Hij is vooral theologisch erg goed en gedetailleerd. Het werk is goed in gesprek met Duitse exegeten uit die tijd zoals Schlier en Bultmann. Volgens Carson beïnvloeden zijn theologische standpunten de detailexegese te veel. In Sacra Pagina heeft MacDonald (2000) Efeziërs en Kolossenzen becommentarieerd. Ze heeft weinig oog voor theologische vragen en richt zich primair op een meer antropologisch-sociologische benadering.

Op Duits taalgebied is in 2008 het commentaar van Sellin (KEK) verschenen. Het is een commentaar van hoog niveau met een indrukwekkende kennis van Umwelt en Griekse grammatica. Het resultaat van Sellins 20 jaar werken met deze brief. Bondig en toch toegankelijk geschreven. Ziet Efeziërs als trito-paulinisch (namelijk: als verder bouwend op het deutro-paulinsche Kolossenzen). Op Duits taalgebied is verder te wijzen op de soortgelijke werken van Schnackenburg (EKK, 1982), Gnilka (Herder, 1971) en Schlier (mono, 1957). Drie goede exegeten. Echter: Schnackenburg valt in dit werk wat tegen; het lijkt wat snel geschreven – niet de kwaliteit die je bij zijn Johannescommentaar vindt. Gnilka en Schlier zijn beter. Schlier is vele malen herdrukt en vaak goedkoop te krijgen. Mussner (ÖTK, 1982) heeft een compact, zelfstandig deeltje geschreven. Hij is een goed exegeet (in het bijzonder in de theologische lijnen), wat ook een klein werkje als dit de moeite waard maakt. Verder: Luz in NTD, 1998.

Het commentaar van Floor (CNT3, 1995) is mager, en bovendien wel erg eenvoudig: het is eerder een commentaar voor gemeenteleden dan voor een geschoolde theoloog.