Top 3
  1. Harris (NIGTC) / Schmeller (EKK)
  2. Matera (NTL)
  3. Seifrid (Pillar) / Guthrie (BECNT)
Toelichting

Op Engels taalgebied is het commentaar van Harris (NIGTC, 2005) ongetwijfeld het beste. Hij werkt nauwkeurig en overtuigend van grondig grammaticaal onderzoek en woordstudie naar theologische en pastorale lijnen. Hoewel het een lijvig werk is, is het goed toegankelijk (hoewel: een inleiding van 125 pagina’s is niet snel doorgewerkt). De ‘expanded paraphrase’ aan het eind van het commentaar is een mooi extra. Een soortgelijk werk is dat van Schmeller (EKK 2010/15). Helder en bondig geschreven; zeer ter zake exegese.

Eveneens een goed commentaar is dat van Hafemann (NIVAC, 2000). De opzet van deze commentarenserie laat een minutieus uitpluizen van de Griekse tekst bepaald niet toe (vgl. Harris en Schmeller), maar desondanks geeft Hafemann uitstekende theologische lijnen en goede meditatieve gedachten door voor de prediking. Een aanrader voor de predikant, zeker voor diegene die Harris toch een te grote brok vindt om te verstouwen. Eveneens een toegankelijk evangelicaal commentaar is dat van Garland (NAC, 1999). Prettig leesbaar en qua exegese uitvoeriger dan Hafemann. Uit evangelical-hoek is recent een deel verschenen in de serie Pillar door Seifrid (2014) en een deel in de serie BECNT door Guthrie (2015). Zij winnen het in kwaliteit van het gelijksoortige werk van Garland. Beiden komen dicht bij de geestelijke lijnen van het boek, zoals ook Hafemann doet. De Lutherse Seifrid verwerkt daarin onder andere Luther, Bonhoeffer en Bayer. Samen het beste evangelical-materiaal op deze brief.

Thrall (ICC 1994/00) is qua opzet te vergelijken met Harris: een grondig commentaar op de Griekse tekst. Zij is daar zeker in geslaagd, al blijft haar werk behoorlijk technisch en zijn de keuze’s die ze maakt (na een vaak grondige en goede weergave van de meningen) niet altijd overtuigend. Het werk bevat al met al echter veel waardevol materiaal. In 2003 heeft de katholieke exegeet en Pauluskenner Matera een zeer overtuigend en toegankelijk werk geschreven (NTL). Maakt goede evenwichtige keuzes en theologisch sterk. Soortgelijk qua toegankelijkheid / grootte, maar minder sterk: R.F. Collins (PCNT, 2013). Het werk van Martin (WBC, 1986, 20142) is grondig, maar tamelijk droog en niet altijd overtuigend. Je kunt dan beter bij Furnish (AB, 1984) terecht; een stevig werk (meer dan 600 pagina’s) met goede exegese. Barnett (NICNT, 1997) mist een beetje body. Het is soms een wat oppervlakkige, weinig doortastende exegese. Lambrecht (SP, 1999) heeft goede vers-voor-vers exegese, maar de inleiding is mager.

In de serie CNT3 heeft Van Spanje (2009) een fraai deel geschreven. Eenvoudig, to the point en overtuigend.

Op Duits taalgebied is Bultmann (KEK) een knappe klassieker. In 2002/05 is het compact geschreven werk van Gräßer (ÖTK) verschenen. Dit werk is vooral theologisch goed. Het kleinere werk van Wolff (ThHNT, 1989) is zeker de moeite waard.